onomatopee·verbastering·woordenschat

Kwaakverwarring

1024px-Bullfrog_-_natures_pics[1]

Het minste wat je van een een brulkikker mag verwachten is dat hij brult. Maar neen, dat doet hij niet, hij loeit als een rund. Brulkikker is een verbastering van het Engelse bullfrog   – zo vertelde Mieke Hoogewijs op de radio aan Koen Fillet –  en daarom verkiezen kenners de correctere benamingen stierkikker of rundkikker. Aha, vandaar het geloei.

De Fransen noemen de brul-, pardon, rundkikker (la) grenouille-taureau (stierkikker) of  grenouille mugissante (loeiende kikker). Maar ze gebruiken ook de benaming le ouaouaron (zeg: wa-wa-ron). Dit woord kwam, samen met de Amerikaanse brulkikker in kwestie, vanuit Canada naar Europa overgewaaid, en belandde officieel in referentiewoordenboek Le Grand Robert. Het is een van oorsprong Irokees woord uit 1632, dat … ‘groene kikker’ betekent.

Hoezo, ‘groene kikker’? De vertaling van groene kikker is toch grenouille (verte) en niet ouaouaron, want dat is nu net onze fameuze brulkikker. Wat een kwaakverwarring! Tja, taal.

Even resumeren dan maar: kikkers kwaken (les grenouilles c(r)oassent), brulkikkers loeien (les grenouilles mugissantes/ouaouarons mugissent) en op Canadese sites lees je dat ‘les ouaouarons … ouaouaronnent’. Dit werkwoord heeft de woordenboeken uit Frankrijk nog niet gehaald, maar de brulkikker verspreidt zich snel, dus ooit komt het er van.

Laten we gewoon de ouaouarons zelf aan het woord. In dit videofragment hoor en zie je ze aan het werk. Kwaken ze? Loeien ze? Of lijkt het op ouaouaronner? Spits de oren, en oordeel zelf.

 Dit bericht is geïnspireerd op een post uit mijn blog ‘Gewoon Communiceren’ (2010).        

 

Boeken

Over Franse titels die niet altijd Frans zijn

Image1

Niet weten wat een franse titel is, daar schrok ik toch van. Gewoon een titel in het Frans, dacht ik. Volledig fout. Laat me vertellen hoe ik tot die schokkende ontdekking kwam.

In Ruggenruzie vroeg ik me af waarom de rugtitels van Franse boeken stijgen, en die van Engelse en Nederlandse dalen. Ik snuisterde in de DBNL en vond niet alleen antwoorden op mijn vraag maar ook het begrip: franse titel.

Tot mijn verbazing las ik dat een franse titel geen Franse titel is, maar de (verkorte) titel op een apart blad vooraan in een boek, vóór het eigenlijke titelblad. Die bijna lege beginpagina – die haast om een opdracht of een handtekening of een ex-libris vraagt –  heeft dus blijkbaar een aparte naam. Mooie quizvraag.

Maar waar komt de term ‘frans’ dan vandaan? Kijk, hier wordt het leuk. Het Algemeen Letterkundig Lexicon vermoedt dat ‘franse titel’ een verbastering is van ‘voordehandse’ titel.

Aha.

Ik hoor het al voor me: lang, heel lang geleden, in een luidruchtige drukkerij met drukkers, druk aan het werk, vliegen de klanken van het woord ‘voordehands’ in het rond:

Die voordehandse …  !”  “Wablief?” “Die vrdhanse …  !” “Hein?” “Die vranse … !” “Ah, die F/franse !!”

Daarom ook schrijven ze frans met een kleine letter, als signaal dat het niets met de Fransen te maken heeft. Die noemen het trouwens faux titre. Grappig te bedenken dat iedereen, ook wie zelden of nooit een Frans boek leest, franse titels op de boekenplank heeft staan.

Later ontdekte ik dat Van Dale dit sprookje ontkracht. Franse titel”, meldt het woordenboek categoriek én met hoofdletter, ” (wordt) zo genoemd omdat dit titelblad in de 17e eeuw van Franse uitgevers is overgenomen.”

Bah, wat flauw. Ik vond het verhaaltje van de verbastering veel beter. Is er iemand die wil argumenteren dat het historisch fonetisch toch enigszins mogelijk zou kunnen zijn, alsjeblieft? Dat zou pas een geweldige afsluiter zijn! 

Verwante berichten:  Ruggenruzie en Het trucje van de 2 p’s

 

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl