Tagarchief: uitdrukkingen

Het paaskonijn

paques-copie-1[1][1]

Soms zijn Franse uitdrukkingen belachelijk simpel. Gewoon letterlijk vertalen en de kous is af. Een kat een kat noemen? Appeler un chat un chat. Een hondenleven leiden? Mener une vie de chien.  Krokodillentranen plengen? Verser des larmes de crocodile. Eenvoudiger kan niet.

Maar opgepast, dieren laten zich niet altijd braaf vertalen. Eens de slapende hond gewekt, staat de beestenboel op stelten: il ne faut pas réveiller le chat qui dort, weten de Fransen.

Het begint al met de Sint. Huppelt in onze liedjes het paardje van Sinterklaas het dek op en neer, staat voor hem in Wallonië en het noorden van Frankrijk steevast een ezel klaar. Saint Nicolas, arrête ton âne là, là et là, zingen de kindertjes. Niet dat je nu paard door ezel vertaalt, maar toch, converseren met Franstaligen over het paard of de ezel van Sinterklaas, het is niet om het even.

Kikker of kat evenmin. Heb je last van een schorre stem, dan is dat vast te wijten aan die vervelende kikker. Maar een Franstalige, ho maar, die kucht pas wanneer er een kat in zijn keel zit. Avoir un chat dans la gorge, dat is pas écht lastig! Trouwens, hij deed die kriebelingen op toen hij in een berekoude froid de canard vruchteloos wachtte op iemand die hem zijn konijn stuurde. ‘Kat!’ zeg je. Neen, neen, niet voor een Francofoon. Die zucht: ‘Zut, il m’a posé un lapin’.

Van konijnen gesproken. Wie brengt binnenkort de paaseieren? Deze voel je al aankomen.  Inderdaad, in vele Franstalige tuinen huppelt geen paashaas, maar wel een paaskonijn rond:  le lapin de Pâques. Behalve dan in oudere tuinen of in de Alsace aan de grens met Duitsland, daar duikt naar het schijnt soms nog een lièvre de Pâques op.

Wie heeft nu gelijk? Willen we aanstaande zondag uitroepen tot paasdierteldag? Of toch maar liever niet … wie weet jaagt onze taalkundige interesse hem weg! Lange oren of korte oren, wat maakt het tenslotte uit, als het beestje maar (veel) chocolade eieren brengt.

Joyeuses Pâques à tous! 

Delen of reageren is leuk.

Lees in dit verband ook Eeuwig groen.

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl              

 

 

 

De viool van Ingres

Jean_Auguste_Dominique_Ingres_004[1]

La baigneuse – Ingres

Bill Clinton speelt sax, Herman van Rompuy schrijft haikus, Bob Dylan schildert;  Net zoals vele anderen maken deze drukbezette VIP’s ook tijd voor passies buiten de uren. En voor de Franse schilder Ingres was het niet anders. Hij schilderde én speelde viool. Het feit dat je met verfvingers toon kon maken op een viool kwam zo vaak ter sprake dat  le violon d’Ingres  prompt synoniem werd van -meestal artistieke maar ook algemene – vrijetijdsbesteding. Daarnaast nemen Franstaligen even vlotjes het Engelse woord hobby in de mond, hoor. En dat vindt dan weer zijn oorsprong in hobby horse of hobbelpaard.

Van Engels speelgoedpaard naar Nederlands stokpaardje is maar één fanatieke sprong. Of Ingres zo fanatiek viool oefende dat het zijn stokpaardje werd kunnen we hem niet meer vragen, maar het was wel degelijk zijn … . Juist.

 “Le bricolage, c’est mon violon d’Ingres”  (Expressio.fr)

“Le talonneur du Rugby Club Toulon Benjamin Noirot se passionne pour l’art contemporain: la peinture, c’est son violon d’Ingres.” (20minutes.fr/Marseille)

411gC9jQ7+L._SL500_AA240_[1]

Extra: Momenteel loopt in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam de tentoonstelling ‘Brancusi, Rosso, Man Ray – Framing Sculpture’ . In zijn iconische foto ‘Violon d’Ingres’ (1924) brengt Man Ray zonder schroom hulde aan zijn inspiratiebron.