Categorie archief: Vertalen

Zwembuis

WP_20140806_004

Hoe noem je zo’n schuimrubberen rol voor in het zwembad? Een zwembuis, althans volgens het etiket op de verpakking. Wat een nuchter woord! Even grijs als een natte augustus. Even nuttig  – maar niet noodzakelijk prettig –  als een badmuts, een neusklem of een zwembril. “Niet spatten graag”, bovendien. Had de vertaler van dienst last van een zomerdipje?

Dan belooft de Engelse benaming meer waterplezier. De Canadese fabrikant van bouwmaterialen die in de jaren 80 de water noodle lanceerde moet in een opperbeste bui zijn geweest. Allicht waren de zomers, toen, in Brampton Ontario, warm en zonovergoten. Hoe dan ook, sindsdien drijven in onze zwembaden water noodles, pool noodles, water woggles en water logs (UK), flexibeams én zwembuizen rond. Meer waterpret, want waternoedels!

De Engelse noedels verfransten tot nouilles en spaghettis de piscine/de natation, op enkele tubes (en mousse) de natation, hier en daar, na. En de zwemmers in Québec en Montréal? Die maakten er vrolijk frites de natation en frites de piscine van. French fries obligent!

Toegegeven, zwemfriet klink voor sommigen van ons, hoeders van de lekkerste frieten, een tikje misplaatst. Maar we kunnen er niet omheen, ook deze frite verovert de wereld. Hij staat officieel in de Grand Dictionnaire van het Office québécois de la langue française, én prijkt in grote letters op het etiket van een doos, euh, zwembuizen, in een Vlaamse supermarkt.

Woorden weerspiegelen soms ons humeur. Wat neem jij morgen mee in het water: een zwembuis, een waternoedel of een zwemfriet?

Bob & co

images4P80E26Q

Moi, je bobbe. Vous aussi, vous bobbez?” Euh, ja zeker? De BOB-campagne lanceerde een nieuw woord, en sindsdien bobben wij/nous bobbons gemoedelijk mee. Deze zomer voert de tweetalige site ons via de vragen Pourquoi bobber? en Comment bobber? naar de slogan: Prêts à bobber cet été! Vrij vertaald: allen naar de BBQ bij vrienden en terug, mét BOB of als BOB.

Opgelet, niet als de BBQ in Luxemburg doorgaat. Dan is het een klus voor RAOUL. Cool Raoul. Familie van de rustige A l’aise Blaise, Relax Max, Tranquille Emile. Geen familie van de vinnige Fonce Alphonse*. Cool Raoul danst op de affiches met de allures van een jonge John Travolta. Maar wees gerust. Straks voert hij je – knap in het pak en netjes gekapt- veilig naar huis. Vas-y, roule Raoul!

Eens in Frankrijk neemt SAM, le conducteur désigné het stuur over. Verwijst SAM naar Sans Accidents Mortels of Sans Alcool ou avec Modération, of is het de roepnaam van Samuel en Samantha? Waarschijnlijk dat laatste. Alleen, waarom heeft deze mascotte zo’n akelig, wit hoofd?  Overal duikt de reuze pingpongbal op, op de site, op de facebookpagina, op de affiches. Je zou voor minder bedanken voor de rol van SAM. Maar nuchter oogt het witte kopje wel. Instappen dus, met de ogen dicht.

En de Zwitsers? Die vertrouwen hun stuur toe aan een beschermengel (ein (Schutz)Engel-un ange gardien-un angelo custode). Drie landstalen op één affiche is wat van het goede teveel, vinden ze.  En daarom scharen ze zich onder de vleugels van de Engelse slogan: Be my angel tonight … .

Hmm, dan toch maar liever naar huis met onze sympathieke Bob. BOB, c’est top!

Raoul3[1]1436_10152282523071217_1352875068_n[1]Fiesta2012[1]

*  courante woordspeling met binnenrijm in Franse spreektaal, ‘Fonce Alphonse’ = ‘geef vaart, vooruit, ga ervoor’,  ‘A l’aise, Blaise’ = ‘het is heel gemakkelijk’ of nog ‘wees gerust’

 

3 x ‘smiley’ in het Frans

8670fdb8eb635f92df5034fca35f992a[1]

Wat lijkt jou een goed Frans woord voor smiley of emoticon, a, b of c?

a. frimousse
b. binette
c. émoticone (émoticône, émoticon)

Je kiest antwoord a.
De Commission générale de terminologie et de néologie de France is je dankbaar. Sinds 1999 beveelt ze une frimousse, (kinder)snoet, officieel aan. Maar niemand heeft er oren naar. Zelfs woordenboek Le Grand Robert geeft toe: “[…] est rarement utilisé”. Toch liever smiley, zeggen vele Franstaligen, un smiley.

Je kiest antwoord b.
De Office de la langue française du Québec is je dankbaar. In 1995 lanceerde ze une binette (smoel) als Franse verzamelterm voor smiley én emoticon; sterke keuze, vinden ze, want een smoel kan nu eenmaal veel meer gezichten trekken dan een per definitie lachende smiley. Alle Franstalige Canadezen zijn er weg van!

Je kiest antwoord c. 
Je aarzelde omdat een smiley wel een emoticon, maar een emoticon niet altijd een smiley is? Akkoord. Maar Le Grand Robert is mild en noteert gewoon dat beide, smiley en émoticone, door elkaar worden gebruikt. Net wat je dacht, niet anders dan bij ons in het Nederlands dus.

P.S. Extra info, enkel voor de doorzetters: Robert aanvaardt un émoticone en une émoticôneLarousse  vermeldt alleen émoticon, un émoticon … .

 

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl        

Eeuwig groen

Sous-marin-vert[1]

Gelukkig zijn we het wél eens over de kleuren in het verkeer: groen is feu vert, oranje orange en rood rouge. Dat rouge niet altijd letterlijk rood betekent – zoals in feu rouge, verkeerslicht of rouge à lèvres, lippenstift – begrijpen we. En dat onze melkmuil verandert in een bleke blanc-bec, tot daaraan toe. Maar soms zien we het anders.

Niet dat het veel uitmaakt: iemand een groentje of un bleu noemen, het blijft onsympathiek. Met wat geluk lacht de Nederlandstalige er groen of witjes om, en de Franstalige geel (rire jaune), wat allicht beter is dan dat ze zich groen van nijd opwinden (faire une jaunisse). Maar als je pech hebt ontsteken ze in een witte of blauwe woede (une colère bleue)! In dat geval ontdek je waarschijnlijk dat een blauw oog en un œil au beurre noir even pijnlijk zijn, ongeacht de taal. Eigen schuld.

Toegegeven, misschien zit de Franse poisson rouge dichter bij de realiteit dan onze Nederlandse goudvis. Maar glanzen boterbloemen niet als boter die smelt in de zon? Neen, blijkbaar niet in de Franse zon, daar glimmen de boutons-d’or als gouden knopen.

Er zijn natuurlijk schemerzones waar de taalkleuren zich vermengen. Kennen wij de zachte savon vert als groene of bruine zeep, dan kijken we niet op van het Belgische zeepmerk d’Or. Vragen we aan een Franse groenteboer een groene eikenbladsla, dan krijgen we une laitue de feuille(s) de chêne mee, ofwel verte, ofwel blonde, wat op hetzelfde neerkomt. Maar misschien heb je liever de rode variant? Vraag dan une chêne rouge en/of grenadine.

Ach, kleuren vergaan, alleen evergreens blijven bestaan. Sterker nog, sommige ‘vertaalde’ evergreens lijken groener dan het origineel. Luister maar naar le sous-marin vert, de Franse versie van de Yellow Submarine van de Beatles:

 “Nous partions dans un beau sous-marin vert, un sous-marin vert, vert comme la mer. Tantôt vert, tantôt  vert et tantôt bleu, Tantôt vert et bleu, comme nos rêves bleus.”

Kleurenschennis? Tekenaar Lapuss’ lacht er fijntjes mee en laat zijn stripfiguurtje Le Piou – een groene vogel die vaak opduikt in de Spirou-albums –  de klus klaren met een verfkwast. Zo is het, des goûts et des couleurs, on ne discute pas. 

Dit is een bewerking van een bericht uit mijn blog ‘Gewoon Communiceren’ (2010).        

Lees in dit verband ook:  Het paaskonijn

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl        

Het paaskonijn

paques-copie-1[1][1]

Soms zijn Franse uitdrukkingen belachelijk simpel. Gewoon letterlijk vertalen en de kous is af. Een kat een kat noemen? Appeler un chat un chat. Een hondenleven leiden? Mener une vie de chien.  Krokodillentranen plengen? Verser des larmes de crocodile. Eenvoudiger kan niet.

Maar opgepast, dieren laten zich niet altijd braaf vertalen. Eens de slapende hond gewekt, staat de beestenboel op stelten: il ne faut pas réveiller le chat qui dort, weten de Fransen.

Het begint al met de Sint. Huppelt in onze liedjes het paardje van Sinterklaas het dek op en neer, staat voor hem in Wallonië en het noorden van Frankrijk steevast een ezel klaar. Saint Nicolas, arrête ton âne là, là et là, zingen de kindertjes. Niet dat je nu paard door ezel vertaalt, maar toch, converseren met Franstaligen over het paard of de ezel van Sinterklaas, het is niet om het even.

Kikker of kat evenmin. Heb je last van een schorre stem, dan is dat vast te wijten aan die vervelende kikker. Maar een Franstalige, ho maar, die kucht pas wanneer er een kat in zijn keel zit. Avoir un chat dans la gorge, dat is pas écht lastig! Trouwens, hij deed die kriebelingen op toen hij in een berekoude froid de canard vruchteloos wachtte op iemand die hem zijn konijn stuurde. ‘Kat!’ zeg je. Neen, neen, niet voor een Francofoon. Die zucht: ‘Zut, il m’a posé un lapin’.

Van konijnen gesproken. Wie brengt binnenkort de paaseieren? Deze voel je al aankomen.  Inderdaad, in vele Franstalige tuinen huppelt geen paashaas, maar wel een paaskonijn rond:  le lapin de Pâques. Behalve dan in oudere tuinen of in de Alsace aan de grens met Duitsland, daar duikt naar het schijnt soms nog een lièvre de Pâques op.

Wie heeft nu gelijk? Willen we aanstaande zondag uitroepen tot paasdierteldag? Of toch maar liever niet … wie weet jaagt onze taalkundige interesse hem weg! Lange oren of korte oren, wat maakt het tenslotte uit, als het beestje maar (veel) chocolade eieren brengt.

Joyeuses Pâques à tous! 

Delen of reageren is leuk.

Lees in dit verband ook Eeuwig groen.

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl