Categorie archief: typische Franse uitdrukkingen

Zee-egels, maar niet in Peru

WP_20141207_002

Wachten in het station is best aangenaam, althans als er geen staking dreigt, je trein gewoon aangekondigd staat en je rustig je tijd kan verdoen met rondkijken. Zoals vorige week in de Gare du Nord van Parijs. “10 € le billet de train. Découvrez qu’il y a des oursinsailleurs que dans vos poches” afficheerde Ouigo, de lowcostmaatschappij van de SNCF. Daar was ik meteen even zoet mee.

Want zee-egels? In je zakken? Daar of elders, prikken doen ze altijd. Avoir un oursin dans la poche verwijst dus vast naar gierigaards die niet graag geld uit hun zakken halen, zoveel is duidelijk. En waar vind je nog zee-egels? Juist. Laat Ouigo nu net goedkope TGV-reizen aanbieden naar bestemmingen aan de Middellandse … zee: Marseille of Montpellier bijvoorbeeld. Voilà, boodschap van Ouigo goed ontvangen, en begrepen.

Een bezoekje aan de website bevestigt dat Ouigo –  hun naam “we go” doet het al vermoeden – dol is op jeux de mots. Hun november-promotie heet Ouigolloween (“Ouigo Halloween”, verduidelijken ze voor de slechte verstaander) en hun december- actie Ouigo Bells suggereert, zelfs zonder Jingle, feestelijke eindejaarsvoordelen.

Wil jij ook met Ouigo op reis? Dat kan. Maar opgelet, c’est pas le Pérou, zeggen ze zelf. Letterlijk en figuurlijk. Je komt er niet mee in Peru, maar wel in Marne-La-Vallée, Lyon, Aix-en-Provence, Nîmes, Montpellier en Marseille. En geef toe, voor geen geld: 10 €, c’est pas le Pérou!

imagesXCRYHFX2

De dahu

images[6]

Heb jij ooit een dahu gezien? Een skischoen van het merk Dahu telt niet, nee. En een verblijf in Chalet Le Dahu of Hôtel Le Dahu reken ik evenmin goed, sorry. Ik bedoel een échte dahu, die lijkt op een berggeit met steenbokhoorns, oren van een sint-bernard, plus een koeienstaart. Die ongelijke poten heeft (de Dahutus Levogyrus met kortere poten aan de linkerkant, of de Dahutus Dextrogyrus met kortere poten aan de rechterkant), en noodgedwongen spiraalsgewijs de berg op- en afrent. Doelwit van menige chasse au dahu, op het programma van toeristische diensten of jeugdkampen.

Al valt dat jagen wel mee. La chasse au dahu is – net zoals la chasse aux oeufs met Pasen of la chasse aux champignons in de herfst –  een ‘zachte’ jacht. Vaak komt het neer op een speurtocht vol wilde verhalen, in bossen of bergen, die vrolijk eindigt bij pot en pint. La chasse au dahu zou teruggaan op een oude Franse sage, die in de 19e eeuw heropleefde dankzij de bergbewoners die de steedse toeristen op die manier voor de gek hielden. Met ons lukt dat natuurlijk niet meer (nu).

Als je desondanks alsnog hoopt een dahu te vangen, beveel ik de proefondervindelijk bewezen, aloude tactiek aan: 1. trek de aandacht van de dahu zodanig dat 2. deze zich nieuwsgierig omdraait en 3. valt. 4. Vang hem onderaan de berg op, in een juten zak. Gelukkig heb je nog even de tijd. Het jachtseizoen voor de dahu opent pas op 29 februari, en loopt tot 1 april.

Bonne chasse!

images[2]

P.S. De tekening helemaal bovenaan komt uit een reportage die Juliette Bailly en Isabelle Fourcrier maakten voor het programma Karambolage (Arte).

A la saint-glinglin

0003192-1-[1]

Zou jij geld lenen aan iemand die belooft je terug te betalen ‘à la saint-glinglin’? Waarschijnlijk niet. De naam alleen al doet een belletje rinkelen en de gelijkenis met die andere verzonnen heilige, sint-juttemis, dringt zich op.

Blijkt glinglin bovendien helemaal geen saint te zijn! Woordenboek Grand Robert verklapt dat à la saint-glinglin letterlijk: ‘wanneer de klok klinkt’ betekent.Saint is hier een vervorming van seing=signe/cloche, en glinglin komt van glinguer (klinken). Weet iemand over welke klok het gaat, en waar of wanneer? Niemand. De listige ontlener had dus evengoed ‘quand les poules auront des dents’ of ‘la semaine des 4 jeudis’ kunnen beloven. Maar dat vond hij vermoedelijk te riskant. Dan liever een ‘nooit’ vermomd als heilige.

Heb je het geld desondanks toch uitgeleend? Bye bye, centjes! Tenzij je hetzelfde slimmigheidje aan de dag legt als de humoristische rechter uit de – ware of fictieve – anekdote uit de rechtswereld. De wijze man veroordeelde een schuldenaar die zijn belofte te betalen ‘à la saint-glinglin’ niet nakwam tot het betalen van zijn schulden ‘à la Toussaint’, op 1 november, de dag van alle heiligen, schijnheiligen incluis.

Misschien het proberen waard. Voor wie het aanbelangt, hou 1 november in het oog.

Doe de perenboom

BERICHT

Geeft de Russische boycot op Belgische peren een bijsmaak aan onze “appel voor de dorst”, dan is de Franse versie “garder une poire pour la soif” zo mogelijk nog cynischer. Wij gaan ervan uit dat dit onbedoeld is. Toch menen wij  – ter compensatie van deze ongelukkige bijklank – een geste te mogen verwachten vanwege de Franse taal, met name onder de vorm van de uitleen van enkele uitdrukkingen.  

Verklaren wij ons nader. Zoals onderling overeengekomen eten wij voortaan onze perenberg zélf op. Dat is op zich een goede zaak, ware het niet dat wij niet genoeg peren eten. Het aantal plukklare en etensrijpe vruchten neemt gestaag toe, en extra promotie dringt zich op. Wij denken hierbij aan een frekwenter gebruik van het woord peer en aanverwanten. Want wie vaak peer zegt, vaak peer eet.

De Franse taal nu biedt ons ootmoedig enkele gepaste uitdrukkingen aan, die wij – ter bevordering van de consumptie van de Belgische peer – kunnen ontlenen, zolang de nood hoog is.

De eerste kandidaat is de uitdrukking: “de perenboom doen” (faire le poirier). Illustratrice Amandine Alezard toont ons hier hoe we die Franse versie van een handstand best aanpakken (en ook van een palmboom en een bambou, maar dit terzijde). Wij vragen dringend om deze beeldrijke zegswijze per direct over te nemen, om ze vervolgens te pas (en desnoods ook te onpas) te gebruiken, kwestie van de aandacht voor onze peer levendig te houden.

Een tweede kandidaat is het gezegde “tussen de peer en de kaas” (entre la poire et le fromage), wat staat voor iets tussendoor afhandelen, op een verloren moment. Deze uitdrukking bevat niet alleen het woord peer – de eerste vereiste – maar poneert de peer bovendien als mogelijk dessert! Voorwaar twee vliegen in één klap, én een stijlvol alternatief voor “tussen de soep en de patatten”.

Een derde kandidaat kunnen we, gezien de doelstelling, niet in aanmerking nemen. “De peer in twee snijden” (couper la poire en deux) is niet wat we nú beogenFiguurlijk gebruikt stelt zich geen enkel probleem, integendeel, compromissen zoeken is typisch Belgisch en zou ons kunnen inspireren in de perenstrijd; maar letterlijk is het promoten van een halve in plaats van een hele peer, gezien de omstandigheden, niet aangewezen.

Leve de peer! Doe de perenboom!

EINDE BERICHT

Juliganger of augustusfan

cc_el_120085[1]

Elke zomer halen de Fransen – naast hun tongs (slippers), transats (ligstoelen) en serviettes de plage (strandlakens) – ook de uitdrukking chassé-croisé uit de kast. Met deze term uit de balletwereld beschrijven ze het aflossen van de wacht onder vakantiegangers, en de bijhorende verkeersdrukte. Momenteel is het weer zover: de juilletistes trekken naar huis, de aoûtiens vertrekken op vakantie, en iedereen heeft het over: “le premier grand chassé-croisé de l’été“.  Er komen er dus nog.

Chassé-croisé laat zich niet goed vangen in één Nederlands woord (komen en gaan/uitwisseling van toeristen?) en juilletiste (julivakantieganger?) of aoûtien (augustustoerist?) al evenmin. Die laatste twee hebben trouwens nog meer vakantietrekjes. Schrijf ze zoals je wil (juilletiste of juillettisteaoût of aout) en zeg gerust [oet] of [oe], het mag allemaal. En dan heb je ook nog de bizarre a, die je NOOIT hoort in août en ALTIJD in afgeleiden zoals aoûtien [aoussien]. Een tikje excentriek, ja, maar dat past perfect bij een warme zomer.  

Vakantiewoorden. “Laat alle regels los,” lijken ze te suggereren, “en ga er even tussenuit.” Welja, goed idee. Bonnes vacances à toutes et à tous!

Gelukstanden

dents-de-la-chance_540189[1]

Wat hebben Brigitte Bardot, Lara Stone of nog Ronaldo met elkaar gemeen? Wel, diastema, of gewoon gezegd: een spleetje tussen de voortanden.

Je hebt gelijk. Op zich is dit feit niet voldoende interessant om je van je werk af te houden, ware het niet dat de Fransen er een knappe uitdrukking voor hebben, namelijk, dents du bonheur. Mooi toch?

Waar de term vandaan komt is niet duidelijk, maar het zou iets te maken kunnen hebben met munitie. Ten tijde van Napoleon hadden de soldaten op het slagveld,  met het musket in de éne en het munitiepatroon in de andere hand, weinig andere keuze dan de papieren huls open te scheuren met hun tanden, althans volgens Alain PIGEARD en Jean DIF. En, zo gaan ze voort, wie een slecht gebit had ging er onverbiddelijk uit. Afgekeurd voor de dienst.

Al bij al zo slecht niet, die slechte tanden. Eerder een imperfectie met perfect gevolg. Hoe dan ook, het verhaal wil dat tóen de uitdrukking dents du bonheur of dents de la chance geboren werd.

Moderedacteurs van nu schrijven dat het gelukbrengende spleetje tussen de voortanden  – net als (schoonheids)vlekjes, sproetjes, kuiltjes –  een mens een stuk aantrekkelijker maakt. Dents du bonheur, taches de beauté, taches de rousseur en niet te vergeten fossettes: een absolute must voor elke Miss (en Mister) in spe!

Jane Birkin, Yannick Noah en Madonna liggen er niet wakker van. En ijsman Ötzi? (Ja Ötzi, de ijsmummie uit het Ötztal.) Evenmin. Zijn dents du bonheur brengen hem al eeuwenlang een gelukkige slaap. Maar of het hem mooier maakt … ?

 

Het paaskonijn

paques-copie-1[1][1]

Soms zijn Franse uitdrukkingen belachelijk simpel. Gewoon letterlijk vertalen en de kous is af. Een kat een kat noemen? Appeler un chat un chat. Een hondenleven leiden? Mener une vie de chien.  Krokodillentranen plengen? Verser des larmes de crocodile. Eenvoudiger kan niet.

Maar opgepast, dieren laten zich niet altijd braaf vertalen. Eens de slapende hond gewekt, staat de beestenboel op stelten: il ne faut pas réveiller le chat qui dort, weten de Fransen.

Het begint al met de Sint. Huppelt in onze liedjes het paardje van Sinterklaas het dek op en neer, staat voor hem in Wallonië en het noorden van Frankrijk steevast een ezel klaar. Saint Nicolas, arrête ton âne là, là et là, zingen de kindertjes. Niet dat je nu paard door ezel vertaalt, maar toch, converseren met Franstaligen over het paard of de ezel van Sinterklaas, het is niet om het even.

Kikker of kat evenmin. Heb je last van een schorre stem, dan is dat vast te wijten aan die vervelende kikker. Maar een Franstalige, ho maar, die kucht pas wanneer er een kat in zijn keel zit. Avoir un chat dans la gorge, dat is pas écht lastig! Trouwens, hij deed die kriebelingen op toen hij in een berekoude froid de canard vruchteloos wachtte op iemand die hem zijn konijn stuurde. ‘Kat!’ zeg je. Neen, neen, niet voor een Francofoon. Die zucht: ‘Zut, il m’a posé un lapin’.

Van konijnen gesproken. Wie brengt binnenkort de paaseieren? Deze voel je al aankomen.  Inderdaad, in vele Franstalige tuinen huppelt geen paashaas, maar wel een paaskonijn rond:  le lapin de Pâques. Behalve dan in oudere tuinen of in de Alsace aan de grens met Duitsland, daar duikt naar het schijnt soms nog een lièvre de Pâques op.

Wie heeft nu gelijk? Willen we aanstaande zondag uitroepen tot paasdierteldag? Of toch maar liever niet … wie weet jaagt onze taalkundige interesse hem weg! Lange oren of korte oren, wat maakt het tenslotte uit, als het beestje maar (veel) chocolade eieren brengt.

Joyeuses Pâques à tous! 

Delen of reageren is leuk.

Lees in dit verband ook Eeuwig groen.

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl              

 

 

 

Passage canadien

WP_001071

Al meer dan een uur zalig onderweg op het ritme van knarsend dolomiet, krekels en insectengezoem, en dan duikt plots een  verkeersbord op.  Spijtig. Een wegnummer of de discrete mededeling ‘Réserve naturelle de France’, dat kan nog net, maar een lelijk gevarenbord met uitroepteken?

Soit. PASSAGE CANADIEN.  Ah, het nut van de Franse hoofdletter. (Toegegeven, alleen taalnerds maken zich zo’n bedenking. Even kijken of we er wijzer van worden). Mét hoofdletter verwijst Canadien naar de persoon, wat betekent  dat, zoals in ‘passage piéton’,  de zone – hoe onwaarschijnlijk ook – niet voor jou toegankelijk is, tenzij je Canadees bent; zónder is het een adjectief, en blijf je vastzitten in een ‘Canadese doorgang’. (Zijn we nu wijzer?). Waarom je voor het één of het ander moet oppassen blijft een raadsel.

Een paar stappen verder ligt het antwoord gelukkig gewoon voor je voeten: het is een veerooster, bedoeld om het wild binnen het natuurdomein te houden. Ja, natuurlijk. Daar weten de Canadezen met hun uitgestrekte natuurparken alles van. Met kleine -c dus. (Daar is de taalnerd weer).

Blijkbaar bestaat ook de benaming ‘bovistop’… Neen, dan liever het exotische  ‘passage canadien’ van Oh Canada. Dat past al bij al toch beter in het plaatje.

Delen of reageren is leuk!

De viool van Ingres

Jean_Auguste_Dominique_Ingres_004[1]

La baigneuse – Ingres

Bill Clinton speelt sax, Herman van Rompuy schrijft haikus, Bob Dylan schildert. Allen drukbezet maar toch tijd voor passies buiten de uren. Net zoals de Franse schilder Ingres. Hij schilderde én speelde viool. Het feit dat je met verfvingers toon kon maken kwam zo vaak ter sprake dat  ‘le violon d’Ingres’  prompt synoniem van (meestal artistieke maar ook algemene) vrijetijdsbesteding werd. Nu, Franstaligen nemen ook vlotjes het Engelse hobby in de mond, hoor. Dat vindt dan weer zijn oorsprong in hobby horse of hobbelpaard. Van Engels speelgoedpaard naar Nederlands stokpaardje is maar één fanatieke sprong. Of Ingres zo fanatiek viool oefende dat het zijn stokpaardje werd kunnen we hem niet meer vragen, maar het was wel degelijk zijn … juist.

 “Le bricolage, c’est mon violon d’Ingres”  (Expressio.fr)

“Le talonneur du Rugby Club Toulon Benjamin Noirot se passionne pour l’art contemporain: la peinture, c’est son violon d’Ingres.” (20minutes.fr/Marseille)

411gC9jQ7+L._SL500_AA240_[1]

Extra: Momenteel loopt in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam de tentoonstelling ‘Brancusi, Rosso, Man Ray – Framing Sculpture’ . In zijn iconische foto ‘Violon d’Ingres’ (1924) brengt Man Ray zonder schroom hulde aan zijn inspiratiebron.