Categorie archief: culinair

Pannenkoekensalto’s

A la Chandeleur, l’hiver se meurt ou reprend vigueur“. Vrij vertaald: op 2 februari loopt de winter ten einde … of juist niet. Een weerspreuk laat zich nu eenmaal nooit tegenspreken.

In Chandeleur herken je inderdaad het Franse woord voor kaars: chandelle, maar of er met Lichtmis nog vele kaarsenwijdingen of kaarsenprocessies te zien zijn is te betwijfelen. Hilarische pannenkoekensalto’s daarentegen, des te meer. Misschien is dit dé gelegenheid om je keukenlatijn, pardon, keukenfrans op te frissen? Faites sauter les crêpes et bon appétit!

* Dankjewel voor het filmpje, France Bienvenue.

Het suikerbakkersbestand

kerst-411f1a1[1]

Het is maar hoe je het noemt. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar nemen velen van ons gewoon enkele dagen vakantie, maar in de politieke en financiële wereld gaat men op reces, en in Frankrijk worden de activiteiten gepland in functie van: voor, tijdens of na la trêve des confiseurs, het suikerbakkersbestand.

Niet dat de confiseurs in die periode hun schorten aan de haak hangen. Ho, ho, ho, neen. Ze draaien desnoods dubbele shiften om ons  – de klanten, met reces dus –  in bûches de Noël, pralines, marrons glacés, macarons, cougnous, fruits confits, truffes au chocolat, cœurs de Nouvel An en andere pâtisseries en friandises te voorzien.

Een slimme uitvinding van de francofone banketbakkers? Allicht, maar ook een Frans historisch feit. In december 1874 geraakten monarchisten, bonapartisten en republikeinen het slechts over één ding eens, namelijk hun debat over de Troisième République tot na Nieuwjaar, opschorten! “Trêve des confiseurs“, spotte de pers, voortbordurend op trêve (de Dieu) (staking van vijandigheden). En het feest kon beginnen.

Of hoe een satirische vondst, met de hulp van bakkers en snoepers, de tand des tijds doorstaat. Moeiteloos.

Joyeuses fêtes!

P.S. Woensdag schreef de Belgische Le Vif :”Trêve des confiseurs: pas de nouvelles actions syndicales avant janvier.” Dan nemen we alvast nog een praline.

Franse kastanjes

images[3]

De kastanjes zijn vroeg dit jaar. De rapers ook: wilde kastanjes laten ze liggen, tamme rapen ze op en te mooie exemplaren peuteren ze desnoods uit hun stekelige bolsters. Franstalige liefhebbers doen natuurlijk precies hetzelfde. Maar welke eten ze op, châtaignes of marrons? En bedoelen ze met ‘un marronnier’  altijd een boom?

‘Beide’ is het antwoord op de eerste vraag. In courant Frans heet een tamme kastanjelaar (Castanea sativa) zowel châtaignier als marronnier, en de tamme kastanje la châtaigne of le marron. De marron is in feite de grotere, gekweekte versie van de tamme châtaigne die ‘wild’ in de natuur voorkomt. Ze leent zich beter voor culinaire producten zoals marrons glacés of marrons confits. Niet opkijken dus van de châtaignes die je aantreft bij de ingrediënten van een recept voor marrons grillés, en evenmin van de compote de châtaignes of purée de marrons op een menu: het zijn allemaal tamme kastanjes. Maar verwar ze niet met de marrons d’Inde, vruchten van de marronnier d’Inde (Aesculus hippocastanum), want dat zijn onze wilde (paarden)kastanjes.

En wat met die tweede betekenis van marronnier? Wel, ook Franstaligen krijgen elk jaar opnieuw te lezen over kastanjes. Of over de beaujolais nouveaula rentrée scolairele top des prénoms en français: gelegenheidsberichten, ideaal om gaatjes te vullen bij gebrek aan ander nieuws. In Frans journalistiek jargon noemt men zoiets, goed geraden, ‘un marronnier’. Woordenboek Robert omschrijft het als volgt:  “Fig. (Argot de la presse, des médias). Sujet rebattu qui reparaît régulièrement (comme la floraison des marronniers d’Inde, au printemps)”.

Is een blogpost in september over de marronnier zélf een marronnier? Onvermijdelijk.