Categorie archief: Boeken

6 Franse literatuurprijzen in 7 vragen

Prix_litteraires[1]

Ook dit najaar regent het in Frankrijk literatuurprijzen, tot opluchting van besluiteloze boekenfans en van al wie verjaardags- of kerstcadeautjes voor francofielen zoekt. Maar hoe werkt het eigenlijk? Alles, of toch veel, over de Franse literatuurprijzenslag in 7 vragen.

1. Welke zijn de 6 bekendste Franse literatuurprijzen?

Dit is een weggevertje. (Spiektip: scrol naar de illustratie.)

2. Is er een vaste kalender?

De Grand Prix du Roman (de L’Académie française) opent traditioneel het seizoen, eind oktober, de Prix Interallié sluit het af, half november. Sommige prijzen doen of deden het bij voorkeur samen: de Prix Femina en de Prix Médicis werden tot voor kort op dezelfde dag bekend gemaakt, de eerste maandag van november, de prestigieuze Prix Goncourt en zijn alternatieve broer Prix Renaudot eveneens, vaak de eerste woensdag van november.

3. Hebben de jury’s eigen voorkeuren?

Ja hoor. Médicis verkiest debutanten of onbekende auteurs, Interallié had het oorspronkelijk voor werken van journalisten maar ziet het nu ruimer, l’Académie française en Goncourt gaan voor de knappe roman, en Renaudot geldt als troostprijs voor wie naast de Goncourt grijpt. Dat Femina enkel vrouwelijke auteurs bekroont is een misvatting. Het is de júry die exclusief vrouwelijk is, maar daarover dadelijk meer.

4. Zijn de juryleden seksistisch?

Waarschijnlijk niet (meer). De Prix Femina ontstond begin vorige eeuw om vrouwelijk weerwerk te bieden aan de exclusieve mannelijke jury’s met hun voorkeur voor mannelijke auteurs. Maar vandaag zijn de winnaarslijsten en de meeste jury’s gemengd (de 10-koppige Goncourt telt ‘al’ 3 vrouwen, bijvoorbeeld), behalve de jury van de Femina die exclusief vrouwelijk blijft … .

5. Zijn de juryleden smulpapen?

Het lijkt er sterk op. De – weliswaar onbetaalde – juryleden reiken hun prijzen steeds uit in restaurants, en niet in om het even dewelke. Voor Femina is dat het chique Hôtel Crillon (momenteel in renovatie, vandaar dat ze uitwijken naar de Cercle Interallié), voor Médicis La Méditerranée, voor Interallié Lasserre, voor Goncourt en Renaudot Drouant.  Wat daar gisteren op het menu stond leest u hier. Geen veder- maar wel pelswild, want 3-sterrenchef Antoine Westermann is principieel: «du gibier à poil, les années paires, à plumes les années impaires». En de Académie française? Zij reikt jaarlijks ongeveer 60 literaire prijzen uit, en doet dat ‘thuis’, onder de beroemde Coupole, quai de Conti. Begrijpelijk. Trop c’est trop!

6. Kan een laureaat met zijn prijs op een etentje trakteren?

Dat hangt ervan af. Het prijzengeld van de Académie française bedraagt 7500 €, Médicis 686 €, Goncourt een symbolische 10 € en de overigen, Femina, Renaudot, Interallié, geven niets. Maar … zoals Bernard Pivot, voorzitter van de Goncourt, gisteren nog tweette:

7. Wie zijn de winnaars van dit jaar?

Hier zijn ze, al blijft het nog even wachten op de laureaat van de Interallié (20.11). Misschien wordt het wel een vrouw. Bonne lecture!

Langzaam lezen

images[6]

Sommige titels laten je jarenlang koud, alle verplichte schoollectuurlijsten, mooie heruitgaven of film- en tv-bewerkingen ten spijt. Totdat je in een doos oude boeken op de bewuste pocket stoot en beseft: nu of nooit.

Elke avond lees je een hoofdstukje. Bedachtzaam, als een fijnproever. Je hoort jezelf de bladzijden omslaan, je ruikt het oude papier, en na een half uurtje baken je het verhaal met de bladwijzer af. Wordt vervolgd. Morgen.

Le lion van Joseph Kessel speelt zich af in een wildreservaat, met de besneeuwde Kilimanjaro op de achtergrond. De ik-verteller is er te gast bij het directeursgezin, en ontdekt hoe passie voor een leeuw maar ook angst voor de wildernis hun doen en laten bepalen. De komst van de Masaï brengt een spannend crescendo op gang dat in een noodlottige ontknoping uitmondt.

Joseph Kessel regisseert zijn roman als een film, met afwisselend actie, dialogen en poëtische evocaties van de natuur die als het ware vragen om herlezen te worden. Hij legt een rustig leesritme op via de tweedelige structuur en de korte hoofdstukken, en zet aan tot reflectie met symbolische en maatschappijkritische toetsen. Maar bovenal vertelt hij een prachtig verhaal, dat sommigen tot tranen toe ontroert.

Herlezen, traag lezen, reflecteren voor meer impact en diepere beleving, is het dat niet waar het in de nieuwe ‘Slow Reading’-trend om draait? Langzaam lezen is goed voor je brein, schrijft de Washington Post, en vermindert stress. Het is vooral goed voor hart en ziel, daarvan levert het lezen van Le lion van Joseph Kessel een overtuigend bewijs.

Lees ook Een goed ‘Frans’ boek 

Een goed ‘Frans’ boek

annulaire[1]

Een jonge vrouw stopt met werken in een limonadefabriek nadat ze er door een licht arbeidsongeval een stukje van haar ringvinger verliest. Ze wordt de assistente van meneer Deshimaru, taxidermist van (pijnlijke) herinneringen. In zijn laboratorium, gevestigd in de kelder van een verlaten meisjesinternaat, vervaardigt hij ongewone specimens.

Dit is geen griezelverhaal, maar wel een knappe novelle van Yôko Ogawa. Haar taal is sober en onderkoeld, haar verhaal helder als stil water, met een diepe grond.

De mysterieuze specimens staan centraal: mensen vertrouwen emotionele objecten  – champignons, botten, een muziekpartituur, een litteken –   toe aan het laboratorium dat ze voor hen verwerkt tot een preparaat, en bewaart. De jonge vertelster kwijt zich ernstig van haar taak en geraakt zo in de ban van de professor.

Ogawa vermengt realiteit en fantasie tot een huis-clos rond de thema’s rouw, fetisjisme en onderwerping. Ze trekt je mee in een duister sprookje, dat je wil verder lezen en herlezen.

Kusuriyubi no hyōhon, 薬指の標本 (De ringvinger) werd in meerdere talen vertaald, maar niet in het Nederlands. Is dit nu pech of een opportuniteit? Ga voor het laatste en lees het gewoon in het Frans: de klare taal, de spanning én het feit dat het boekje nog geen 100 bladzijden telt zijn allemaal argumenten pro.

Wie eerst de sfeer wil proeven alvorens de (kort)roman aan te schaffen kan hier klikken voor de radiobewerking die Radio France Culture begin dit jaar programmeerde. Het intense hoorspel duurt 59 minuten (het verhaal zelf begint op 00:51), en is ook beschikbaar als podcast.

Wat is de beste volgorde: eerst het boek en dan de luisterversie, of omgekeerd? Het maakt niet uit. Luister- en leesversie verrijken elkaar. L’annulaire is onuitputtelijk, het is pure klasse.

 

 

L’Annulaire (薬指の標本 Kusuriyubi no hyōhon, 10/1994; Actes Sud 1999

http://www.franceculture.fr/emission-l-atelier-fiction-l-annulaire-2014-01-07

 

Voor andere (luister)boeken of hoorspelen, lees ook: Over een man en zijn GPS  en Langzaam lezen

 

 

Over Franse titels die niet altijd Frans zijn

Image1

Niet weten wat een franse titel is, daar schrok ik toch van. Gewoon een titel in het Frans, dacht ik. Volledig fout. Laat me vertellen hoe ik tot die schokkende ontdekking kwam.

In Ruggenruzie vroeg ik me af waarom de rugtitels van Franse boeken stijgen, en die van Engelse en Nederlandse dalen. Ik snuisterde in de DBNL en vond niet alleen antwoorden op mijn vraag maar ook het begrip: franse titel.

Tot mijn verbazing las ik dat een franse titel geen Franse titel is, maar de (verkorte) titel op een apart blad vooraan in een boek, vóór het eigenlijke titelblad. Die bijna lege beginpagina – die haast om een opdracht of een handtekening of een ex-libris vraagt –  heeft dus blijkbaar een aparte naam. Mooie quizvraag.

Maar waar komt de term ‘frans’ dan vandaan? Kijk, hier wordt het leuk. Het Algemeen Letterkundig Lexicon vermoedt dat ‘franse titel’ een verbastering is van ‘voordehandse’ titel.

Aha.

Ik hoor het al voor me: lang, heel lang geleden, in een luidruchtige drukkerij met drukkers, druk aan het werk, vliegen de klanken van het woord ‘voordehands’ in het rond:

Die voordehandse …  !”  “Wablief?” “Die vrdhanse …  !” “Hein?” “Die vranse … !” “Ah, die F/franse !!”

Daarom ook schrijven ze frans met een kleine letter, als signaal dat het niets met de Fransen te maken heeft. Die noemen het trouwens faux titre. Grappig te bedenken dat iedereen, ook wie zelden of nooit een Frans boek leest, franse titels op de boekenplank heeft staan.

Later ontdekte ik dat Van Dale dit sprookje ontkracht. Franse titel”, meldt het woordenboek categoriek én met hoofdletter, ” (wordt) zo genoemd omdat dit titelblad in de 17e eeuw van Franse uitgevers is overgenomen.”

Bah, wat flauw. Ik vond het verhaaltje van de verbastering veel beter. Is er iemand die wil argumenteren dat het historisch fonetisch toch enigszins mogelijk zou kunnen zijn, alsjeblieft? Dat zou pas een geweldige afsluiter zijn! 

Verwante berichten:  Ruggenruzie en Het trucje van de 2 p’s

 

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl   

Ruggenruzie

IMG_3108 - Copie

In onze boekenkast zoeken Franse, Nederlandse en Engelse boeken altijd hun taalgenoten op. Ze staan netjes en gezellig bij elkaar, tot een nonchalant exemplaar van plaats verwisselt, een toerist zich niet meer herinnert waar hij juist stond of een nieuwkomer een al bezette plaats opeist. Dan zoek ik  – in overleg met de titels uiteraard –  een compromis, hopend op een spoedige boekenstilstand.

Gisteren was het weer zover. Toen viel het me op. Om de titels van rechtopstaande Franse boeken te lezen, draai ik mijn hoofd naar links, en voor de Nederlandse en Engelse titels, een beetje naar rechts. De Franse rugtitels stijgen, de Nederlandse en Engelse dalen. Tweerichtingsverkeer. Vandaar al die herrie op de boekenplank! Gelukkig staan er ook meer gezette exemplaren tussen,  met horizontale rugtitels. Dat schept rust.

Is er dan helemaal geen consensus bij die uitgevers? Tja. Een Duitse DIN-norm en ISO-norm 6357 adviseren om rugtitels van boven naar beneden te drukken; zo blijven ze leesbaar wanneer een boek met de omslag naar boven op tafel ligt, stellen ze. Nederlands- en Engelstalige uitgaven gaan daar meestal volledig in mee, maar, wat had je gedacht, Franse, Zuid-Europese en ook Duitse boeken meestal niet.

Het zit de Fransen nochtans niet lekker dat hun stijgende titels ‘non normalisés’ zijn. Journaliste Patricia Jaffray heeft het zelfs over een ruggenruzie (une querelle de dos), waarbij de voor- en nadelen van horizontale titels, titels à la française en titels à l’américaine (sic) de revue passeren.

Maar daar blijft het bij. Ach wat, denken sommige Franse uitgevers, je leest van links naar rechts, dus een rij titels bekijken doe je gewoon ook, van links naar rechts. En dat van die onleesbare rugtitel van een liggend boek: je ziet de covertitel toch, volstaat dat niet? Oké, niet als de boeken op een stapeltje liggen, maar draai ze dan gewoon om. Pas de soucis.

Daarnet nog even gecheckt. Inderdaad, de meeste Franse titels op onze planken gedragen zich ‘hors norme’, behalve één dissident van uitgeverij Bordas, met een on-Franse rugtitel. Minuit, Gallimard, Stock en Fayard spelen dan weer op veilig door de rugtitels systematisch horizontaal te drukken, zelfs op dunnere exemplaren.

En  Grasset? Een uitgever die niet kan kiezen.  Hoe kan je anders dat éne boek verklaren met een horizontale rugtitel op het boek zelf, én een on-Franse, dalende titel op de losse boekomslag? Als dat exemplaar ooit tussen de Nederlandse of Engelse boeken verzeild geraakt … eigen schuld.

P.S. Hoe staan jouw boekenruggen erbij? Houden ze zich netjes aan de norm of zitten er vrijbuiters tussen? En wat met nog andere talen? Ik ben benieuwd!

 Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl               Twitter: @ChristlVerbert