Auteursarchief: Christ'l Verbert

Pannenkoekensalto’s

A la Chandeleur, l’hiver se meurt ou reprend vigueur“. Vrij vertaald: op 2 februari loopt de winter ten einde … of juist niet. Een weerspreuk laat zich nu eenmaal nooit tegenspreken.

In Chandeleur herken je inderdaad het Franse woord voor kaars: chandelle, maar of er met Lichtmis nog vele kaarsenwijdingen of kaarsenprocessies te zien zijn is te betwijfelen. Hilarische pannenkoekensalto’s daarentegen, des te meer. Misschien is dit dé gelegenheid om je keukenlatijn, pardon, keukenfrans op te frissen? Faites sauter les crêpes et bon appétit!

* Dankjewel voor het filmpje, France Bienvenue.

Gespierd in 4 talen

tablettes-chocolat-abdos-jean-paul-hc3a9vin[1]

Visualiseer of benoem je doel, zeggen de experts, en je zal het bereiken. Bodybuilders bewijzen alvast dat het werkt. Een wasbord, een strak torso met spieren als ribbels van een wasplank, daar doen ze het voor. Noeste beeldtaal die staat voor zweet en trainen. In het Nederlands, maar ook in het Duits: zeg Waschbrettbauch, en je weet genoeg.

Dan lijkt spiertraining in het Engels leuker, want naast washboard abs en washboard belly bestaat ook sixpack. Joe koopt een sixpack in de supermarkt, de spieradept kweekt een sixpack op zijn buik. Have fun: exercise! De term veroverde de wereld, tot Van Dale toe, om er gezellig te gedijen tussen work-out, warming-up, sit-up en andere push-ups. Fitness is (ook) goed voor je Engels, de naam zegt het zelf.

En hoe visualiseren de Fransen hun ideale abdos (buikspieren)? Zij dromen met een knipoog van … une tablette de chocolat. Het is inderdaad maar hoe je het in de spiegel bekijkt. Zakenman-chocolatier Jean-Paul Hévin breidde – uit sympathie én voor vaderdag –  zijn assortiment uit met een  ‘Abdos’ (100 % cacao) (zie foto). Zo ligt een chocoladetablet-torso alsnog in ieders bereik. Zonder inspanning, aan 2,90 € per stuk.

Het suikerbakkersbestand

kerst-411f1a1[1]

Het is maar hoe je het noemt. Tussen Kerstmis en Nieuwjaar nemen velen van ons gewoon enkele dagen vakantie, maar in de politieke en financiële wereld gaat men op reces, en in Frankrijk worden de activiteiten gepland in functie van: voor, tijdens of na la trêve des confiseurs, het suikerbakkersbestand.

Niet dat de confiseurs in die periode hun schorten aan de haak hangen. Ho, ho, ho, neen. Ze draaien desnoods dubbele shiften om ons  – de klanten, met reces dus –  in bûches de Noël, pralines, marrons glacés, macarons, cougnous, fruits confits, truffes au chocolat, cœurs de Nouvel An en andere pâtisseries en friandises te voorzien.

Een slimme uitvinding van de francofone banketbakkers? Allicht, maar ook een Frans historisch feit. In december 1874 geraakten monarchisten, bonapartisten en republikeinen het slechts over één ding eens, namelijk hun debat over de Troisième République tot na Nieuwjaar, opschorten! “Trêve des confiseurs“, spotte de pers, voortbordurend op trêve (de Dieu) (staking van vijandigheden). En het feest kon beginnen.

Of hoe een satirische vondst, met de hulp van bakkers en snoepers, de tand des tijds doorstaat. Moeiteloos.

Joyeuses fêtes!

P.S. Woensdag schreef de Belgische Le Vif :”Trêve des confiseurs: pas de nouvelles actions syndicales avant janvier.” Dan nemen we alvast nog een praline.

Zee-egels, maar niet in Peru

WP_20141207_002

Wachten in het station is best aangenaam, althans als er geen staking dreigt, je trein gewoon aangekondigd staat en je rustig je tijd kan verdoen met rondkijken. Zoals vorige week in de Gare du Nord van Parijs. “10 € le billet de train. Découvrez qu’il y a des oursinsailleurs que dans vos poches” afficheerde Ouigo, de lowcostmaatschappij van de SNCF. Daar was ik meteen even zoet mee.

Want zee-egels? In je zakken? Daar of elders, prikken doen ze altijd. Avoir un oursin dans la poche verwijst dus vast naar gierigaards die niet graag geld uit hun zakken halen, zoveel is duidelijk. En waar vind je nog zee-egels? Juist. Laat Ouigo nu net goedkope TGV-reizen aanbieden naar bestemmingen aan de Middellandse … zee: Marseille of Montpellier bijvoorbeeld. Voilà, boodschap van Ouigo goed ontvangen, en begrepen.

Een bezoekje aan de website bevestigt dat Ouigo –  hun naam “we go” doet het al vermoeden – dol is op jeux de mots. Hun november-promotie heet Ouigolloween (“Ouigo Halloween”, verduidelijken ze voor de slechte verstaander) en hun december- actie Ouigo Bells suggereert, zelfs zonder Jingle, feestelijke eindejaarsvoordelen.

Wil jij ook met Ouigo op reis? Dat kan. Maar opgelet, c’est pas le Pérou, zeggen ze zelf. Letterlijk en figuurlijk. Je komt er niet mee in Peru, maar wel in Marne-La-Vallée, Lyon, Aix-en-Provence, Nîmes, Montpellier en Marseille. En geef toe, voor geen geld: 10 €, c’est pas le Pérou!

imagesXCRYHFX2

De andere Sint

Saint-Nicolas[1]

Sinterklaas en zijn schimmel lijken onafscheidelijk, maar in Wallonië, het noorden en het noordoosten van Frankrijk is de Sint meestal vergezeld van … zijn ezel. Dus niet “zo huppelt zijn paardje het dek op en neer”, maar wel “Grand Saint Nicolas – arrête bien ton âne, là là et là”. Niet dat Sinterklaas nooit zijn paard van stal haalt voor de Franstalige kindertjes. Het gebeurt. Gelukkig staan ook dan wortels en rapen klaar: “J’ai préparé pour votre âne (..) carotte et navet sur un joli plateau ” klinkt het in een sinterklaasliedje. Paard of ezel, anders, maar toch hetzelfde.

saint-nicolas-et-pere-fouettard[1]Hoe vertaal je trouwens Zwarte Piet in het Frans? Niet letterlijk als Pierre le Noir, maar wel als le Père Fouettard. Kwestie van traditie. Oorspronkelijk was deze boeman met woeste baard en zweep de boze tegenpool van de goede Sint. Soms wordt hij inderdaad nog zo opgevoerd  Maar een blik op de foto volstaat om te begrijpen waarom ook sympathiekere Pères Fouettards, sprekende evenbeelden van onze Zwarte Pieten, de Sint bijstaan op Franstalig terrein. Soms anders dus, soms hetzelfde.

Tot slot, geen Saint-Nicolas zonder liedjes. Klik op Saint Nicolas patron des écoliers om de absolute topper te beluisteren. Meezingen mag natuurlijk ook. En ja, het klinkt anders dan Zie ginds komt de stoomboot, maar de bedoeling is uiteindelijk … hetzelfde: “Venez, venez, venez Saint Nicolas, tra la la! “.

 

De dahu

images[6]

Heb jij ooit een dahu gezien? Een skischoen van het merk Dahu telt niet, nee. En een verblijf in Chalet Le Dahu of Hôtel Le Dahu reken ik evenmin goed, sorry. Ik bedoel een échte dahu, die lijkt op een berggeit met steenbokhoorns, oren van een sint-bernard, plus een koeienstaart. Die ongelijke poten heeft (de Dahutus Levogyrus met kortere poten aan de linkerkant, of de Dahutus Dextrogyrus met kortere poten aan de rechterkant), en noodgedwongen spiraalsgewijs de berg op- en afrent. Doelwit van menige chasse au dahu, op het programma van toeristische diensten of jeugdkampen.

Al valt dat jagen wel mee. La chasse au dahu is – net zoals la chasse aux oeufs met Pasen of la chasse aux champignons in de herfst –  een ‘zachte’ jacht. Vaak komt het neer op een speurtocht vol wilde verhalen, in bossen of bergen, die vrolijk eindigt bij pot en pint. La chasse au dahu zou teruggaan op een oude Franse sage, die in de 19e eeuw heropleefde dankzij de bergbewoners die de steedse toeristen op die manier voor de gek hielden. Met ons lukt dat natuurlijk niet meer (nu).

Als je desondanks alsnog hoopt een dahu te vangen, beveel ik de proefondervindelijk bewezen, aloude tactiek aan: 1. trek de aandacht van de dahu zodanig dat 2. deze zich nieuwsgierig omdraait en 3. valt. 4. Vang hem onderaan de berg op, in een juten zak. Gelukkig heb je nog even de tijd. Het jachtseizoen voor de dahu opent pas op 29 februari, en loopt tot 1 april.

Bonne chasse!

images[2]

P.S. De tekening helemaal bovenaan komt uit een reportage die Juliette Bailly en Isabelle Fourcrier maakten voor het programma Karambolage (Arte).

6 Franse literatuurprijzen in 7 vragen

Prix_litteraires[1]

Ook dit najaar regent het in Frankrijk literatuurprijzen, tot opluchting van besluiteloze boekenfans en van al wie verjaardags- of kerstcadeautjes voor francofielen zoekt. Maar hoe werkt het eigenlijk? Alles, of toch veel, over de Franse literatuurprijzenslag in 7 vragen.

1. Welke zijn de 6 bekendste Franse literatuurprijzen?

Dit is een weggevertje. (Spiektip: scrol naar de illustratie.)

2. Is er een vaste kalender?

De Grand Prix du Roman (de L’Académie française) opent traditioneel het seizoen, eind oktober, de Prix Interallié sluit het af, half november. Sommige prijzen doen of deden het bij voorkeur samen: de Prix Femina en de Prix Médicis werden tot voor kort op dezelfde dag bekend gemaakt, de eerste maandag van november, de prestigieuze Prix Goncourt en zijn alternatieve broer Prix Renaudot eveneens, vaak de eerste woensdag van november.

3. Hebben de jury’s eigen voorkeuren?

Ja hoor. Médicis verkiest debutanten of onbekende auteurs, Interallié had het oorspronkelijk voor werken van journalisten maar ziet het nu ruimer, l’Académie française en Goncourt gaan voor de knappe roman, en Renaudot geldt als troostprijs voor wie naast de Goncourt grijpt. Dat Femina enkel vrouwelijke auteurs bekroont is een misvatting. Het is de júry die exclusief vrouwelijk is, maar daarover dadelijk meer.

4. Zijn de juryleden seksistisch?

Waarschijnlijk niet (meer). De Prix Femina ontstond begin vorige eeuw om vrouwelijk weerwerk te bieden aan de exclusieve mannelijke jury’s met hun voorkeur voor mannelijke auteurs. Maar vandaag zijn de winnaarslijsten en de meeste jury’s gemengd (de 10-koppige Goncourt telt ‘al’ 3 vrouwen, bijvoorbeeld), behalve de jury van de Femina die exclusief vrouwelijk blijft … .

5. Zijn de juryleden smulpapen?

Het lijkt er sterk op. De – weliswaar onbetaalde – juryleden reiken hun prijzen steeds uit in restaurants, en niet in om het even dewelke. Voor Femina is dat het chique Hôtel Crillon (momenteel in renovatie, vandaar dat ze uitwijken naar de Cercle Interallié), voor Médicis La Méditerranée, voor Interallié Lasserre, voor Goncourt en Renaudot Drouant.  Wat daar gisteren op het menu stond leest u hier. Geen veder- maar wel pelswild, want 3-sterrenchef Antoine Westermann is principieel: «du gibier à poil, les années paires, à plumes les années impaires». En de Académie française? Zij reikt jaarlijks ongeveer 60 literaire prijzen uit, en doet dat ‘thuis’, onder de beroemde Coupole, quai de Conti. Begrijpelijk. Trop c’est trop!

6. Kan een laureaat met zijn prijs op een etentje trakteren?

Dat hangt ervan af. Het prijzengeld van de Académie française bedraagt 7500 €, Médicis 686 €, Goncourt een symbolische 10 € en de overigen, Femina, Renaudot, Interallié, geven niets. Maar … zoals Bernard Pivot, voorzitter van de Goncourt, gisteren nog tweette:

7. Wie zijn de winnaars van dit jaar?

Hier zijn ze, al blijft het nog even wachten op de laureaat van de Interallié (20.11). Misschien wordt het wel een vrouw. Bonne lecture!

A la saint-glinglin

0003192-1-[1]

Zou jij geld lenen aan iemand die belooft je terug te betalen ‘à la saint-glinglin’? Waarschijnlijk niet. De naam alleen al doet een belletje rinkelen en de gelijkenis met die andere verzonnen heilige, sint-juttemis, dringt zich op.

Blijkt glinglin bovendien helemaal geen saint te zijn! Woordenboek Grand Robert verklapt dat à la saint-glinglin letterlijk: ‘wanneer de klok klinkt’ betekent.Saint is hier een vervorming van seing=signe/cloche, en glinglin komt van glinguer (klinken). Weet iemand over welke klok het gaat, en waar of wanneer? Niemand. De listige ontlener had dus evengoed ‘quand les poules auront des dents’ of ‘la semaine des 4 jeudis’ kunnen beloven. Maar dat vond hij vermoedelijk te riskant. Dan liever een ‘nooit’ vermomd als heilige.

Heb je het geld desondanks toch uitgeleend? Bye bye, centjes! Tenzij je hetzelfde slimmigheidje aan de dag legt als de humoristische rechter uit de – ware of fictieve – anekdote uit de rechtswereld. De wijze man veroordeelde een schuldenaar die zijn belofte te betalen ‘à la saint-glinglin’ niet nakwam tot het betalen van zijn schulden ‘à la Toussaint’, op 1 november, de dag van alle heiligen, schijnheiligen incluis.

Misschien het proberen waard. Voor wie het aanbelangt, hou 1 november in het oog.

Vooruit achteruit

winteruurdekat[1]

Wat wordt het dit weekend, een uurtje langer slapen of een uurtje vroeger opstaan? Stripfiguur Le Chat van Belgisch tekenaar Philippe Geluck kiest het eerste, want:”En octobre, on recule les aiguilles, en avril, on les avance.” Leuk geheugensteuntje – je bent nu eenmaal fan van Le Chat of niet –  al ontlokt zijn ezelsbruggetje ook veel scherpe noten.

Critici merken fijntjes op dat niet alleen in octobre, maar ook in septembre, novembre én décembre de letters RE voorkomen. Om vervolgens langs de neus weg toe te voegen dat de zomertijd in maart begint … en niet in april. Philippe toch, waar zat je met je gedachten?*

Taalpuristen huiveren dan weer voor het besmettingsgevaar van ‘heure’ in ‘changement d’heure’ en ‘passage de l’heure d’été à l’heure d’hiver’: winteruur en zomeruur mogen dan, naar Frans voorbeeld, standaardtaal zijn in België, toch verkiest men in het hele taalgebied wintertijd en zomertijd! Uurwerkliefhebbers ten slotte griezelen bij de formulering ‘on recule les aiguilles’: wijzers terugdraaien is nu eenmaal slecht voor de mechanismes.

Begeeft het geheugensteuntje van Le Chat het onder zoveel commentaar? Kom, we nemen meteen de proef op de som. Mogen we nu in de nacht van zaterdag op zondag een uurtje langer slapen of niet … ? Aha, het gammele ezelsbruggetje is dus toch stevig genoeg.

Slaap lekker (langer) 🙂

 

* Waarschijnlijk zat hij met zijn gedachten in het jaar 1978? Philippe Geluck werd geboren in 1954, de stripreeks Le Chat in 1983. 1978 was het enige jaar in die tijdspanne waarin de zomertijd op 2 april, en de wintertijd op 1 oktober begon (bron: Historique des changements d’heure).

De familie zonder naam

Les Untel 2

Neen, de echte naam van les Untel kom je nooit te weten. Monsieur Untel en Madame Unetelle verwijzen per definitie naar iemand van wie de naam irrelevant of onbekend is, en spelen zo hun rol van neutraal pantoniem. Maar daar zijn ze best tevreden mee. Net zoals meneer zus en zo of mevrouw die en die. Of Piet Pietersen, Jan Jansen, Dupont en Monsieur X. Want het kan erger.

Ook minder vleiende namen zijn immers in omloop. Duchmoll en Dugenoux, bijvoorbeeld. Of Duschnock, waarin je moeiteloos schnock, synoniem van imbécile en fou, herkent. Zelfs het luchtige Monsieur of Madame Tartempion familie huppeldepup, jawel suggereert tarte (dom) en pion (sufferd). Foei, niet netjes. Machin, truc, chose of bidule, equivalenten van je-weet-wel, dinges, lijken misschien neutraler, maar zijn het niet echt.

Gelukkig heten sommige Franse verwanten van Jan met de pet, dat andere pantoniem, gewoon Monsieur en Madame Tout-le-monde, l’homme de la rue of le Français moyen. Hoewel  – wat had je gedacht –  Monsieur Trucmuche en Madame Michu eveneens de ronde doen. Michu was oorspronkelijk een doodgewone man in een roman van Balzac, schrijft www.languefrançaise.net, maar enkel de uitdrukking mevrouw Michu bleef over; een meneer Michu komt zelden ter sprake.

Tenzij bij voetbalfans. Daar is Michu het koosnaampje van de Spaanse voetballer-aanvaller Miguel Pérez Cuesta. Deze meneer Michu (misju in het Frans of mitchoe in het Spaans) verkeert echter niet meteen in de kringen van Monsieur Tout-le-monde … . Lees er volgende tweet maar op na.