Maandelijks archief: september 2014

Franse kastanjes

images[3]

De kastanjes zijn vroeg dit jaar. De rapers ook: wilde kastanjes laten ze liggen, tamme rapen ze op en te mooie exemplaren peuteren ze desnoods uit hun stekelige bolsters. Franstalige liefhebbers doen natuurlijk precies hetzelfde. Maar welke eten ze op, châtaignes of marrons? En bedoelen ze met ‘un marronnier’  altijd een boom?

‘Beide’ is het antwoord op de eerste vraag. In courant Frans heet een tamme kastanjelaar (Castanea sativa) zowel châtaignier als marronnier, en de tamme kastanje la châtaigne of le marron. De marron is in feite de grotere, gekweekte versie van de tamme châtaigne die ‘wild’ in de natuur voorkomt. Ze leent zich beter voor culinaire producten zoals marrons glacés of marrons confits. Niet opkijken dus van de châtaignes die je aantreft bij de ingrediënten van een recept voor marrons grillés, en evenmin van de compote de châtaignes of purée de marrons op een menu: het zijn allemaal tamme kastanjes. Maar verwar ze niet met de marrons d’Inde, vruchten van de marronnier d’Inde (Aesculus hippocastanum), want dat zijn onze wilde (paarden)kastanjes.

En wat met die tweede betekenis van marronnier? Wel, ook Franstaligen krijgen elk jaar opnieuw te lezen over kastanjes. Of over de beaujolais nouveaula rentrée scolairele top des prénoms en français: gelegenheidsberichten, ideaal om gaatjes te vullen bij gebrek aan ander nieuws. In Frans journalistiek jargon noemt men zoiets, goed geraden, ‘un marronnier’. Woordenboek Robert omschrijft het als volgt:  “Fig. (Argot de la presse, des médias). Sujet rebattu qui reparaît régulièrement (comme la floraison des marronniers d’Inde, au printemps)”.

Is een blogpost in september over de marronnier zélf een marronnier? Onvermijdelijk.

De juffertjes met de rode pompons

cms-sh-marin[1]

Hoe herken je een matroos van de Franse Marine? Aan de rode pompon op zijn pet. Leuk weetje, hoor ik je denken, maar wat dan nog? Wel … .

Zo’n frivole pompon rouge   al zijn er strikte voorschriften: diameter 8 cm, hoogte 25mm, gewicht 14,1 en geen gram meer, kleur meekraprood (rouge garance)   geeft natuurlijk aanleiding tot vele, echte en verzonnen, verhalen.

Zo wil de legende dat een matroos, die in de houding sprong om keizerin Eugénie aan boord van zijn schip te begroeten, zijn hoofd stootte; de keizerin gaf hem haar kraakwitte zakdoek, die terstond rood kleurde, et voilà, de pompon national was geboren! Of nog, de pompon porte-bonheur aanraken zonder dat de matroos in kwestie het merkt, brengt één dag geluk; merkt hij het wél, dan ben je hem een kus verschuldigd (misschien ook een meevaller, al naar gelang de matroos).

Het verhaal van de juffertjes* met de rode pompons echter, is geen verzinsel. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, meer bepaald in oktober 1914, kwamen Franse soldaten de Belgische troepen versterken. Omdat de meeste van deze, overwegend Bretoense, fusiliers marins piepjong waren, kregen ze al gauw de bijnaam les demoiselles aux pompons rouges. Duizenden sneuvelden in de Ijzerslag, en tot op vandaag leeft hun bijnaam voort als heldennaam.

Zo heeft die pompon rouge toch ook iets met ons geluk te maken. Of hoe een luchtig weetje een historisch, scherp kantje kan hebben.

* zo staat het in een ontroerend Nederlands gedicht uit 1917, Van Daan Boens  ‘Les demoiselles au pompon-rouge (Herinnering aan Diksmude)’. In oktober 2014 verschijnt het boek ‘Les demoiselles aux pompons rouges. La résistance des fusiliers marins à Dixmude’, van Benjamin Messieu.

Gevoelige cijfers

WP_20140905_004

Zijn cijfers neutraal? Niet altijd. Bij elke tel van “Een-twee-drie: start!” popelen we van verwachting. En software die in 1-2-3 rapporten op maat genereert, een app die in 1-2-3 een nieuwe route berekent, een recept dat in 1-2-3 een lekker gerecht belooft, het maakt ons allemaal wel eens blij, of toch minstens opgelucht. Maar hola, 1-2-3 suggereert niet: slordig, afgeraffeld, in elkaar geflanst! Integendeel, het staat voor snel, wel, en nog plezierig ook. Conclusie: 1-2-3 is prima voor het humeur.

En wat voel je bij de cijfers 6-4-2? Niets? Probeer het dan in het Frans. Six-quatre-deux [sis-kat-dø]. Tja, in het Frans voorspelt deze cijfferreeks niet veel goeds. A la 6-4-2 is synoniem van à la va-vite, négligemment, sans soin: slordig, afgeraffeld, in elkaar geflanst. Of nog – hopelijk lezen er geen Fransen mee –  “met de Franse slag”*. Conclusie: een Franse 6-4-2, is niet altijd oké.

Waar die betekenis vandaan komt? Zelfs het vermaarde Expressio.fr wil er zich niet over uitspreken. Mogelijk verwijst het naar een Frans (?) kindertrucje om een profiel te tekenen: een (voorhoofd en oog), daaronder een 4 (neus en bovenlip) en helemaal onderaan een 2 (mond en kin). Snel, rudimentair, met wisselend resultaat.

Al valt dat laatste wel mee. Ja inderdaad, het plaatje bij deze blog is zelfgemaakt – letterlijk en figuurlijk à la 6-4-2 –  en neen, er is helemaal niets moeilijks aan: in 1-2-3 zet je het op papier …met veel plezier.

*  Franse slag was een paardrijterm voor een bepaalde, zwierige zweepslag, die later evolueerde naar de figuurlijke betekenis ‘niet degelijk, slordig’. bron: Onze Taal. Zwierig, sierlijk, soepel, slordig … wie zal het zeggen. Nos excuses, chers amis français.    

Begin- en eindformules van Franse, zakelijke e-mails

575548[1]

“Veuillez agréer, Monsieur, mes salutations distinguées” is waarschijnlijk de beroemdste slotformule uit de Franse zakelijke briefwisseling, maar voor Franse zakelijke e-mails, deugt ze niet.

Welke formules dan wel? Veel hangt af van het formele of informele register. Als je niet vaak Frans schrijft neem je best de aanspreking en slotgroet van de correspondent over. Zo blijf je veilig op dezelfde golflengte. Altijd onder voorbehoud natuurlijk. Het is niet omdat je Franstalige collega, ooit, in een jolige bui, salut, coucou, bises, ciao of zelfs het rustigere A+ (à plus tard) gebruikte, dat deze termen tot het zakenjargon behoren. Anderzijds schakelen we in e-mailverkeer meestal wel vlugger over van formele naar meer informele taal, zeker onder collega’s of goede zakenrelaties.

Hoe begin je eraan?

Een formele mail, gericht aan een geadresseerde die je niet kent (in de administratie bv.), begin je best met de dubbele aanspreking Monsieur, Madame,. Ken je de (naam van de) persoon wél, gebruik dan ofwel Monsieur, ofwel Madame, maar zonder de naamEen arts spreek je aan met Docteur,  en notarissen of advokaten met Maître. Wil je in een licht formele context bijzondere waardering uitdrukken (voor een klant bv.), schrijf dan Cher Monsieur, Chère Madame, of nog Bonjour Monsieur. Zo passen ook Cher Maître of Cher Docteur, indien je – al dan niet beroepsmatig – regelmatig met deze personen in contact bent.

Een informele mail (collega’s, goede leveranciers), kan je beginnen met Bonjour, Bonjour Jean-Paul, Chère Camille,. Een groep spreek je aan met Chers collègues, Chères collaboratrices, Bonjour à tous, Bonjour à toutes et à tous.

Hoe sluit je af?

De slotgroet Meilleures salutations is neutraal vriendelijk, en past perfect in vele formele situaties. Informele zakelijke mails kan je beëindigen met Cordialement, wat overeenkomt met Vriendelijke groet, of Bien à vous (bien à toi), wat de nuance Tot uw/je dienst inhoudt. Bovendien wordt de slotformule – net zoals in het Nederlands – vaak voorafgegaan door een bedanking (D’avance merci) of een wens (Bonne journée, Bon week-end).

Tot slot. Wat met Sincèrement vôtre, Artistiquement vôtre, Musicalement vôtre, Collégialement vôtre? Deze uitdrukkingen komen wat zwaarwichtig over in een e-mail, maar sommige kringen gebruiken ze desondanks graag. Andere ook trouwens, maar dan wél met een knipoog.

Blogueusement vôtre,

Christ’l

P.S. Mails lenen zich minder tot formele berichten, maar indien je het toch overweegt, imiteer dan de formules van een brief, d.w.z. aanspreking + de titel (Monsieur le Directeur,) en afsluiten met een uitgesponnen groet, genre Je vous prie d’agréer, Monsieur le Directeur, l’assurance de ma parfaite considération. (Complete info ivm brieven – met handige voorbeeldzinnen – vind je hier (Appel, Formules usuelles d’introduction et de salutation). Met dank aan l’Office québécois de la langue française).