Maandelijks archief: april 2014

Ruggenruzie

IMG_3108 - Copie

In onze boekenkast zoeken Franse, Nederlandse en Engelse boeken altijd hun taalgenoten op. Ze staan netjes en gezellig bij elkaar, tot een nonchalant exemplaar van plaats verwisselt, een toerist zich niet meer herinnert waar hij juist stond of een nieuwkomer een al bezette plaats opeist. Dan zoek ik  – in overleg met de titels uiteraard –  een compromis, hopend op een spoedige boekenstilstand.

Gisteren was het weer zover. Toen viel het me op. Om de titels van rechtopstaande Franse boeken te lezen, draai ik mijn hoofd naar links, en voor de Nederlandse en Engelse titels, een beetje naar rechts. De Franse rugtitels stijgen, de Nederlandse en Engelse dalen. Tweerichtingsverkeer. Vandaar al die herrie op de boekenplank! Gelukkig staan er ook meer gezette exemplaren tussen,  met horizontale rugtitels. Dat schept rust.

Is er dan helemaal geen consensus bij die uitgevers? Tja. Een Duitse DIN-norm en ISO-norm 6357 adviseren om rugtitels van boven naar beneden te drukken; zo blijven ze leesbaar wanneer een boek met de omslag naar boven op tafel ligt, stellen ze. Nederlands- en Engelstalige uitgaven gaan daar meestal volledig in mee, maar, wat had je gedacht, Franse, Zuid-Europese en ook Duitse boeken meestal niet.

Het zit de Fransen nochtans niet lekker dat hun stijgende titels ‘non normalisés’ zijn. Journaliste Patricia Jaffray heeft het zelfs over een ruggenruzie (une querelle de dos), waarbij de voor- en nadelen van horizontale titels, titels à la française en titels à l’américaine (sic) de revue passeren.

Maar daar blijft het bij. Ach wat, denken sommige Franse uitgevers, je leest van links naar rechts, dus een rij titels bekijken doe je gewoon ook, van links naar rechts. En dat van die onleesbare rugtitel van een liggend boek: je ziet de covertitel toch, volstaat dat niet? Oké, niet als de boeken op een stapeltje liggen, maar draai ze dan gewoon om. Pas de soucis.

Daarnet nog even gecheckt. Inderdaad, de meeste Franse titels op onze planken gedragen zich ‘hors norme’, behalve één dissident van uitgeverij Bordas, met een on-Franse rugtitel. Minuit, Gallimard, Stock en Fayard spelen dan weer op veilig door de rugtitels systematisch horizontaal te drukken, zelfs op dunnere exemplaren.

En  Grasset? Een uitgever die niet kan kiezen.  Hoe kan je anders dat éne boek verklaren met een horizontale rugtitel op het boek zelf, én een on-Franse, dalende titel op de losse boekomslag? Als dat exemplaar ooit tussen de Nederlandse of Engelse boeken verzeild geraakt … eigen schuld.

P.S. Hoe staan jouw boekenruggen erbij? Houden ze zich netjes aan de norm of zitten er vrijbuiters tussen? En wat met nog andere talen? Ik ben benieuwd!

 Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl               Twitter: @ChristlVerbert

 

 

Papaoutai

imagesR9Z0J8K7

Je zou even willen voelen maar je kunt je nog net bedwingen. Handen op de rug en kin discreet vooruitgestoken schuifel je wat dichterbij. Geen zaalwachter in de buurt? Nog een stapje dichter. Wat is er toch met die lijst? Plots klikt de driedimensionale illusie weg: het is een trompe-l’oeil. Dat heeft die schilder toch maar knap gedaan, glimlach je.

Bedriegen, bedrogen worden en bedrog zijn nochtans negatieve aangelegenheden. Zelfs onschuldig gezichtsbedrog klinkt ontnuchterend nuchter. Maar zodra je er een Franse draai aan geeft is het leuk. Trompe (-) l’oeil, bedrieg het oog, doe het als een ware vakman en de liefhebber waardeert je ontrouw.

Ook oren laten zich gewillig in de maling nemen. Luister bijvoorbeeld naar pianio niba, moino aniba nio, coucou anio e niba, en beslis dan welke taal het is. Wel? Je weet niet wat je hoort maar erg Frans klinkt het niet? Aha, woordspelletje gelukt! Ratel de zinnetjes Pie a nid haut, ni bas / Moineau a nid bas, ni haut / Coucou a nid haut et nid bas / razendsnel af en geniet van het exotische effect op je publiek. Of ornithologen nu beamen of tegenspreken dat eksters zich hoog, mussen zich laag en koekoeken zich hoog én laag nestelen, peu importe. Wat telt is dat je toehoorder verbouwereerd iets hoort wat je niet zegt.

Net zoals hun soortgenoten, de tongbrekers of virelangues (genre un chasseur sachant chasser sans son chien de chasse etcetera) zijn deze trompe-oreilles – want zo heten ze –  enkel uit op effect en aandacht.  Effect omdat ze zo vreemd klinken  (trompe-oreilles) of aandacht omdat ze onuitspreekbaar blijken (virelangues).

De lange lijst trompe-oreilles (ook trompe-l’oreille) kent vele varianten en groeit gestadig aan. Zoals onlangs nog met de Franse hit Papaoutai. Dat Stromae eigenlijk Papa, où t’es zingt was niet onmiddellijk voor iedereen duidelijk. Welkom aan de nieuwe kandidaat op de lijst!

Tot slot, hoe klinkt Anvers alweer in Frans Frans? anverver parpour anver avec anver anverver  (Un ver vert part pour Anvers avec un verre en verre vert). Anvers zonder -s, c’est ça.

 

P.S. Gek, ik kon niet direct op trompe-oreilles in het Nederlands komen … . De vertaling een groene worm die naar Antwerpen trekt met een groen glas komt niet in aanmerking, en al helemaal niet in deze politieke sperperiode. Ken jij betere voorbeelden in het Nederlands?

 

Delen of reageren is fijn, dankjewel.

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl               Twitter: @ChristlVerbert

Het paaskonijn

paques-copie-1[1][1]

Soms zijn Franse uitdrukkingen belachelijk simpel. Gewoon letterlijk vertalen en de kous is af. Een kat een kat noemen? Appeler un chat un chat. Een hondenleven leiden? Mener une vie de chien.  Krokodillentranen plengen? Verser des larmes de crocodile. Eenvoudiger kan niet.

Maar opgepast, dieren laten zich niet altijd braaf vertalen. Eens de slapende hond gewekt, staat de beestenboel op stelten: il ne faut pas réveiller le chat qui dort, weten de Fransen.

Het begint al met de Sint. Huppelt in onze liedjes het paardje van Sinterklaas het dek op en neer, staat voor hem in Wallonië en het noorden van Frankrijk steevast een ezel klaar. Saint Nicolas, arrête ton âne là, là et là, zingen de kindertjes. Niet dat je nu paard door ezel vertaalt, maar toch, converseren met Franstaligen over het paard of de ezel van Sinterklaas, het is niet om het even.

Kikker of kat evenmin. Heb je last van een schorre stem, dan is dat vast te wijten aan die vervelende kikker. Maar een Franstalige, ho maar, die kucht pas wanneer er een kat in zijn keel zit. Avoir un chat dans la gorge, dat is pas écht lastig! Trouwens, hij deed die kriebelingen op toen hij in een berekoude froid de canard vruchteloos wachtte op iemand die hem zijn konijn stuurde. ‘Kat!’ zeg je. Neen, neen, niet voor een Francofoon. Die zucht: ‘Zut, il m’a posé un lapin’.

Van konijnen gesproken. Wie brengt binnenkort de paaseieren? Deze voel je al aankomen.  Inderdaad, in vele Franstalige tuinen huppelt geen paashaas, maar wel een paaskonijn rond:  le lapin de Pâques. Behalve dan in oudere tuinen of in de Alsace aan de grens met Duitsland, daar duikt naar het schijnt soms nog een lièvre de Pâques op.

Wie heeft nu gelijk? Willen we aanstaande zondag uitroepen tot paasdierteldag? Of toch maar liever niet … wie weet jaagt onze taalkundige interesse hem weg! Lange oren of korte oren, wat maakt het tenslotte uit, als het beestje maar (veel) chocolade eieren brengt.

Joyeuses Pâques à tous! 

Delen of reageren is leuk.

Lees in dit verband ook Eeuwig groen.

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl              

 

 

 

Antwerpen op zijn Frans

imagesY1V69ZYK

Paris métro, station Anvers? Antwerpenaren kijken er helemaal niet van op. Bij ons ‘in ’t stad’ is er toch ook een Frankrijklei, denken ze, waarom zou er dan in Parijs geen metrostation Anvers zijn?  Zo gaat dat nu eenmaal onder metropolen.

Parijse metroreizigers met bestemming station Anvers zijn evenmin onder de indruk. Voor hen mag de halte ook Terminus of Dodo heten, het maakt niet uit.  Métro, boulot, station Anvers: heerlijk, bijna thuis.

Fotograaf Janol Apin zag er wél iets in. Hij focuste op het woord, luisterde ernaar zonder te kijken en hoorde   “Anvers, envers, le monde à l’envers“. En pats, de omgekeerde metrohalte Anvers stond op zijn netvlies.

Van toen af aan was er geen houden meer aan. De fotograaf die woorden graag letterlijk ziet draaide 120 metrostations door zijn grappig verbeeldingsmolentje om ze voor ons te verzamelen in het album Métropolisson. Métro-polisson, de visie van een ondeugende ‘polisson’ op de eerbiedwaardige Parijse ‘Métropolitain’, de schavuit!

Maar, maar, hoor ik  tegenpruttelen, spreek je de -s van Anvers dan niet uit? Ja en nee, dat wil zeggen, in Belgisch Frans wel, in Frans Frans niet.  Niet alle Belgen zijn even gelukkig met die 2 versies van Anvers, maar mij komt het in dit geval bijzonder goed uit. Anvers met hoorbare -s? Pech: geen foto, geen blogpost.

Noot: ik heb niet kunnen achterhalen of Station Anvers inderdaad de eerste foto uit de reeks ‘Métropolisson’ is, maar ik vond het  – als Antwerpenaar … –  te mooi om niet waar te zijn. Excuus, meneer Apin. Noem het ‘bloggerlijke’ vrijheid.

Like it? Share it!

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl               Twitter: @ChristlVerbert

Voor nieuws over andere steden, lees ook: Paris vs New York