Maandelijks archief: maart 2014

Het trucje van de 2 p’s

Tente_l%E9g%E8re[1]

Maakt die Franse hoofdletter nu écht het verschil? Misschien vroeg jij je dat ook af bij een vorig bericht over le passage canadien. Alles is relatief natuurlijk, maar och, puur voor het plezier, lees even mee en oordeel dan zelf.

Stel, je bent aan het schrijven over een Nederlander die in Frankrijk woont en goed Frans spreekt met een licht Nederlands accent. Dan gebruik je tot nu toe alleen maar hoofdletters voor alle woorden die iets met de nationaliteit te maken hebben, en zo hoort het. Vertaal je die zin naar het Frans, dan veranderen sommige hoofdletters in kleine letters. Zo hoort het ook, in het Frans. Je hebt nu de keuze: ofwel lees je er de grammaticaregels op na, ofwel opteer je voor het trucje van de 2 p’s. Wat doen we? Het trucje? Voilà:

Personne (inwoner) of Pays (staat, stad, streek)? Hoofdletter.

Je mág extra onthouden dat talen in het Frans met een kleine letter beginnen – le français, le roumain, le limbourgeois, le provençal –  maar nodig is het niet, de reflex PP volstaat.

Kom, neem meteen de proef op de som: je schrijft dus: un Néerlandais (personne) qui habite en France (pays) et qui parle le français (geen personne/pays) avec un léger accent néerlandais (geen personne/pays).

Een lekker Belgisch biertje wordt een vlekkeloos bonne bière belge – tenzij je een stevige bordeaux de Bordeaux verkiest – en dat Stromae een Belg is weten de Fransen ook: bien sûr, Stromae est belge.

Of is het Stromae est Belge? Ja, inderdaad, hier twijfelen de Fransen zélf. Maar ook nu werkt het middeltje van de 2 p’s.  Wie Belge schrijft denkt aan een persoon (P), zoals in Stromae est (un)chanteur. Wie belge met een kleine letter schrijft denkt: geen P , zoals in Stromae est formidable. Ook juist! Hanse en Blanpain van de Nouveau dictionnaire des difficultés du français moderne verkiezen de eerste interpretatie (in ‘onze’ termen: P), de Franse Académie française adviseert de tweede versie (= P ).

Hoog tijd om terug te komen op je vraag: is die Franse hoofdletter belangrijk? Het antwoord zit in een wedervraag: welk van beide Franse woorden verwijst naar een Canadese vrouw en welk naar een piepklein tentje? Une canadienne of une Canadienne?

Zie je wel.

* un francophone, un anglophone enzovoort doen in het Frans niet mee met de aardrijkskundige namen, en scharen zich aan de kant van de talen, dus: altijd kleine letter. Geen trucje zonder uitzondering, nietwaar?

Verwant bericht: Een handig woord ‘ininéressant’

Delen of reageren is leuk!

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl   

Letters in de soep

websize_vw9ntlgqe7ejq348toey[1]

Het Brusselse restaurant ‘Comme chez soi’: 2 Michelinsterren. Het Antwerpse restaurant ‘Kommilfoo’: 1 Michelinster. Wij ook! dachten de nieuwkomers op de soepmarkt en ze doopten hun soepbar prompt ‘Comme Soupe’.

Kom, ik maak meteen een beetje reclame: Trek in een kom soep? Kom naar ‘Comme Soupe’, in Antwerpen. Wat de Frans getinte woordspeling betreft is dit soeprestaurant alvast mijn favoriet. Of ga naar ‘SoepMie’, ook in Antwerpen, of naar ‘SoepTrien’ in Aalst, of nog, naar ‘Coup de Soup’ in Leuven. Die naam  heeft iets vurigs of oppeppends over zich al naargelang je aan ‘coup de cœur’ of ‘coup de pouce’ denkt, maar ik vrees dat de West-Vlaamse studenten zich minder aangesproken voelen door ‘koedesoep’… . Blijf je liever thuis? Bel dan gewoon naar ‘Soeperstar’ uit Gent, die leveren aan huis.

Trendy soepbars spelen graag met woorden en daar wordt iedereen vrolijk van. Maar het is niet nieuw. Soepeters hebben altijd graag met letters gespeeld, van jongs af aan, denk maar aan de lettervermicelli: met de soeplepel in aanslag op zoek gaan naar de ontbrekende letter, meticuleus glibberige woordjes vormen op de soepbordrand, om ze ten slotte,  genadeloos en in één hap, te doen verdwijnen in je mond.

Nostalgie? Neen, hip!

Soepchefs, mag ik jullie een suggestie doen? Beloon de klanten die met lettervermicelli de naam van jullie soepbar kunnen maken met een gratis of extra bord soep. OK? Geef me maar een seintje.

Like it? Share it!

Linkedin: be.linkedin.com/in/christlverbert/nl              

5 argumenten pro Duolingo

Duolingo_banner[1]

Ooit nog Italiaans willen leren? Nooit tijd om je Duits bij te spijkeren? Dringend je Franse basiskennis moeten opfrissen? Dan is de populaire internettaalcursus Duolingo misschien toch iets voor jou. Hier volgen 5 redenen om het alsnog zélf te proberen.

  1. Het is leuk.                                                                                                                               Duolingo is een online taalcursus of taalapp die je, vermomd als  taalspelletje, zo lang mogelijk aan het oefenen wil houden via allerlei trucs en beloningen. Wat wil je nog meer?
  2. Het is op maat.                                                                                                                     Aha, jij wil niet starten op niveau 0 zoals iedereen? Geen probleem, zolang je maar eerst in een test bewijst dat je een hoger niveau aankunt.
  3. Er is een taalcoach.                                                                                                         Meneer de Uil, je immer enthousiaste taalcoach, weet dat voornemens fragiel zijn en port je daarom af en toe per mail aan om verder te werken.
  4. Het is doordacht.                                                                                 Alle taalbouwstenen komen aan bod. Je oefent grammatica en woordenschat, leest, luistert, schrijft en (facultatief) spreekt antwoorden in op basis waarvan Duolingo je uitspraak beoordeelt. Maak je een fout, dan is er feedback. Voor wie zaken wil uitdiepen is er extra grammaticale informatie beschikbaar.
  5. Het is gratis.                                                                                                                            Luis von Ahn, de bedenker van Duolingo, legt in een grappige presentatie op TEDxTALKS uit hoe dat mogelijk is dankzij crowdsourcing: de gebruikers helpen mee het internet te vertalen.

Duolingo bestaat voor Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Portugees, vanuit het Engels, en omgekeerd. Onlangs is er een Nederlandse versie voor het Engels bijgekomen; voor de andere talen blijft het behelpen met brontaal Engels. Toegegeven, soms moet je je Engels bijschaven om te kunnen scoren voor die andere taal die je eigenlijk aan het oefenen bent. Maar hé, 2 talen leren in de plaats van 1? Volledig gratis? It’s a bargain.

P.S. Vandaag 9 maart 2015 meldt Taalpost n° 1671  het volgende: “Al 70 miljoen mensen hebben Duolingo geïnstalleerd, een app waarmee je gratis een andere taal kunt leren. Het Nederlands zit daar ook bij. (Bron: The Guardian)”

Passage canadien

WP_001071

Al meer dan een uur zalig onderweg op het ritme van knarsend dolomiet, krekels en insectengezoem, en dan duikt plots een  verkeersbord op.  Spijtig. Een wegnummer of de discrete mededeling ‘Réserve naturelle de France’, dat kan nog net, maar een lelijk gevarenbord met uitroepteken?

Soit. PASSAGE CANADIEN.  Ah, het nut van de Franse hoofdletter. (Toegegeven, alleen taalnerds maken zich zo’n bedenking. Even kijken of we er wijzer van worden). Mét hoofdletter verwijst Canadien naar de persoon, wat betekent  dat, zoals in ‘passage piéton’,  de zone – hoe onwaarschijnlijk ook – niet voor jou toegankelijk is, tenzij je Canadees bent; zónder is het een adjectief, en blijf je vastzitten in een ‘Canadese doorgang’. (Zijn we nu wijzer?). Waarom je voor het één of het ander moet oppassen blijft een raadsel.

Een paar stappen verder ligt het antwoord gelukkig gewoon voor je voeten: het is een veerooster, bedoeld om het wild binnen het natuurdomein te houden. Ja, natuurlijk. Daar weten de Canadezen met hun uitgestrekte natuurparken alles van. Met kleine -c dus. (Daar is de taalnerd weer).

Blijkbaar bestaat ook de benaming ‘bovistop’… Neen, dan liever het exotische  ‘passage canadien’ van Oh Canada. Dat past al bij al toch beter in het plaatje.

Delen of reageren is leuk!

De waterpsychiater

WP_20140226_009

Gaandeweg kreeg hij er genoeg van. Genoeg van de frons in het voorhoofd, de opgetrokken wenkbrauw, de zuinige trek rond de mond. Steeds hetzelfde scenario: sympathieke ontvangst door zijn stalkers, vervolgens oeverloze omschrijvingen van het probleem, dan rustig werken (met een beetje geluk zonder ongevraagd advies), tenslotte: de rekening.

Verstomming van de klant. Soms een lichte ‘oei’, ‘jeetje’ of ‘amai’ bij het zien van het bedrag. Allen met de gedachte: “Had ik maar voor loodgieter gestudeerd.”

Genoeg! Het was tijd voor klare taal. De ware loodgieter doorgrondt alle wateren, kent de kronkels van kranen, begrijpt de onbewuste betekenis van getik en geruis. Hij is de watermaker, mm, de waterfluisteraar, neen, de watermanager de waterarchitect de waterarts, nog niet goed, hij is, hij is .., ja! De waterpsychiater.

De Waterpsychiater, altijd op weg naar een verwittigde klant.